Niemand in de stad (2018)

Regie

Michiel van Erp

Scenario

Philip Huff

Release

4 oktober 2018

Producent

Alexander Blaauw, Monique Busman, Michiel van Erp

Studio

NIDS Film­productie

Links

IMDB

Duur

102 minuten
Filminformatie

Verhaal

Drie jonge vrienden worden met vallen en opstaan volwassen tijdens hun studententijd in Amsterdam. Een plotselinge dood binnen de vriendengroep zet daarbij alles op scherp. In deze turbulente periode proberen zij los te komen van hun ouders en achtergrond, ervaren ze wat de betekenis is van vriendschap en ontdekken Matt (Jonas Smulders), Jacob (Chris Peters) en Philip (Minne Koole) wie ze werkelijk zijn.

Cast

Minne Koole (Philip), Jonas Smulders (Matt), Chris Peters (Jacob), Huub van der Lubbe, Ariane Schluter, Anneke Blok, Jacqueline Blom, Hans Kesting, Jaap Spijkers, Sofie Porro, Julia Akkermans, Jip van den Dool, Gijs de Lange, Huub van der Lubbe, Kim Feenstra

Ontstaan

Scenario: Philip Huff, met een bijdrage van Marnie Blok, naar de gelijknamige roman van Philip Huff uit 2012.

Het Nederlands Film Festival 2018 opende 27 september 2018 de 38e editie met het speelfilmdebuut van Michiel van Erp. Regisseur Michiel van Erp over zijn speelfilmdebuut: “Ik ben zeer vereerd dat mijn debuutfilm openingsfilm van NFF is geworden. Dit is mijn eerste dramaproject na de serie Ramses en we hebben er met bloed, zweet en tranen aan gewerkt. Ik ben trots op het resultaat. Ik hoop er jonge mensen mee te inspireren het leven bij de kladden te pakken, hun dromen na te jagen en uitdagingen aan te gaan.”

Facts

Spraakmakendste scčne is het moment dat een student tijdens een drinkgelag beweert 23 borrelnootjes onder zijn voorhuid te kunnen stoppen. Dat moment wordt pontificaal getoond. Opgenomen met een stand-in lul. Voor het optische effect zijn het 38 borrelnootjes geworden.

Pers

Belinda van de Graaf op Trouw.nl op 25 september 2018: "(...) Gelauwerd documentairemaker Michiel van Erp grijpt voor zijn speelfilmdebuut 'Niemand in de Stad' terug op beproefde thematiek: de strubbelingen tussen vaders en zonen. Het drama neemt behoorlijk de tijd om dat duidelijk te maken. Eerst lijkt de verfilming van Philip Huffs gelijknamige roman uit 2012 over uitspattingen in het Amsterdamse Studentencorps te gaan. Daar zou alle reden toe zijn geweest. De brallerige corpora in het land staan al jaren bekend om hun psychisch en fysiek gewelddadige ontgroeningen. Maar behalve dat er in de film flink gedronken en gevreeën wordt en geëxperimenteerd met drugs, kampen corpsleden Philip, Matt en Jacob vooral met vaderproblemen. Het studentenhuis en de sociëteit zijn het decor van hun worsteling met familie en identiteit, liefde en vriendschap. Jonge vrouwen hebben daarin slechts bijrolletjes als opgeruimde huwelijkskandidate of stoere stoeipoes. Aardig is dat Van Erp, die gebruikmaakt van veel bekende namen, een nieuw gezicht koos voor de hoofdrol. Philip, gespeeld door de 25-jarige debutant Minne Koole, is het kuiken dat uit het ei kruipt en met vallen en opstaan leert manoeuvreren. Hij krijgt in zijn vriendengroep te maken met verborgen homoseksualiteit en zelfdoding, met maskers en poses waarachter pijn en verdriet schuilgaan - allemaal te herleiden tot afwezige of te aanwezige vaders. Het drama van het coming of age-verhaal zit duidelijk in de staart."

Pauline Kleijer op Volkskrant.nl op 26 september 2018: "(...) Het is knap hoe Van Erp de kijker langzaam voor zijn gemankeerde helden weet te winnen. Uiteindelijk pakken ze je toch in, die jongens, zelfs de brallerige Matt. Net als de meeste van zijn vrienden heeft hij een kille, afwezige vader. Hoeveel gedoe er ook is met meisjes, uiteindelijk vormen vader-zoonrelaties het hart van de film. Erg fraai wordt dat verbeeld in de stille staatsieportretjes waarmee Van Erp zijn levendige drama af en toe onderbreekt. Die geposeerde momentopnamen – de vaders met hun zonen, de jongens met hun vriendin – tonen ook het gemak waarmee Van Erp zijn eerste speelfilm naar zijn hand zet. Dat Niemand in de stad feitelijk een debuut is, valt nergens aan af te zien. Van Erp zet zijn ruime ervaring met documentaires en televisieseries uitstekend in. Een verademing is ook het ontbreken van een voice-over, dat uitleggerige instrument waar zoveel Nederlandse speelfilms hun toevlucht toe nemen. Het kan dus wel, laat Van Erp zien: betekenis geven zonder al te veel te willen duiden. Daarbij wordt hij geholpen door de jonge acteurs, die zonder uitzondering indruk maken. Ze maken Niemand in de stad tot een film die irriteert, steekt, raakt en ontroert."

Coen van Zwol op NRC.nl op 27 september 2018: "(...) In de film figureert het corps tegenwoordig vaak als incubator van ‘toxische masculiniteit’ en ballen als karikaturale schoften of idioten. Denk aan het Britse The Riot Club, waar misdaden van elitaire snotjongens met de mantel der liefde worden bedekt. Of het wezenloze feestgedruis in de Nederkomedie Feuten. Of Lullo’s van Jiskefet.Dat maakt Niemand in de stad een opvallende film. Kakkers zijn mensen, durft Van Erp te beweren. Jongens die zuipen, brallen en keten, akkoord. Jongens die met borden gooien en dertien borrelnootjes onder hun voorhuid proppen. Maar die ook de schoonheid van een pianostuk ervaren („godverdomme mooi man”) of filosoferen waarom hun sociëteit blinde muren heeft. Zodat niemand naar binnen kijkt? Welnee, zodat wij niet naar buiten hoeven te kijken. Want volwassenheid komt „eigenlijk altijd ongelegen”, liever je zo lang mogelijk onderdompelen in een jongensfantasie van drank en „hijgende hertjes”. In Niemand in de stad is het corps vooral decor: voor de éducation sentimentale van Philip Hofman (Minne Koole) Hij woont in het Weeshuis, een studentenhuis aan de Prinsengracht, en is verknocht aan feestneus Matt (Jonas Smulders) en romanticus Jacob (Chris Peters). Maar kent hij ze ook? Hun bravoure maskeert kwetsbaarheid, ontdekt hij gaandeweg: de drie vrienden hebben narcistische, afwezige vaders gemeen, en een misplaatst zelfbeeld. Zo bemint Philip zijn „hijgende hertjes” als een pornoprofessional, maar ontdekt hij door geschipper tussen een oude en nieuwe vriendin dat hij gewoon een bange slapjanus is. Michiel van Erp lijkt als een documentairemaker met zijn camera zo nu en dan op te duiken in de studietijd van Philip: de losse vertelstijl houdt de zaken naturel, al helpt de sterke chemie van de drie jonge acteurs ook. Ze zijn nadrukkelijk geen dwarsdoorsnede van het corps: met hun gedeelde kapsels, uniform en vader-issues lijken ze soms eerder een drieling. Dat maakt hun band ook geloofwaardig intiem. Niemand in de stad is een soms lyrisch, soms melancholiek groepsportret over vriendschap en volwassen worden: wat je leert en wat je verliest. Van Erp richt zich niet gemakzuchtig op het defensieve mannetjespantser, maar stoot door naar de boterzachte, twijfelende jochies daaronder. Want niemand is wie hij lijkt te zijn uiteraard. Een knappe film."

Leo Bankersen in 'de Filmkrant' van oktober 2018: : (...) Hoewel dit schurende coming-of-age-verhaal voor een groot deel gesitueerd is in het milieu van het Amsterdamse studentencorps, is volgens regisseur Michiel van Erp het corpsleven niet het onderwerp. Toch zet die hilarische scčne met 23 borrelnootjes in een voorhuid je bijna op het verkeerde been. Gaat het toch een romantisering van studentikoze egotripperij worden? Nee, gelukkig niet. Eigenlijk verscherpt het juist het contrast met de tragiek die zal volgen. Niemand in de stad is gebaseerd op de gelijknamige roman van Philip Huff, die ook meeschreef aan het scenario. Een verhaal over vriendschap, maar vooral over de onhandige, pijnlijke ervaringen die horen bij het volwassen worden, overtuigend neergezet door drie voortreffelijke jonge acteurs: Minne Koole, Chris Peters en Jonas Smulders. (...) Het corpsleven verdwijnt dan naar de achtergrond, om plaats te maken voor ernstiger zaken. Bijvoorbeeld wanneer Matt, die heeft gebroken met zijn vader, toch met Philip naar Spanje reist om hem nog een keer te zien. De man is stervende, maar de ontmoeting blijft stug en moeizaam. De woorden die Matt zou willen zeggen krijgt hij niet over zijn lippen. Philip moet ze uitspreken, en als hij dat doet begrijpen we dat hij ze aan zijn eigen vader richt. Gaandeweg doemt zo de problematische vader-zoonverhouding op als misschien wel het belangrijkste thema van de film. Want ook Jacob voelt zich in dat opzicht afgewezen of in ieder geval onbegrepen. Vooral het tweede deel van de film, waarin dit allemaal aan het licht komt, is aangrijpend, ontroerend en oprecht. De aanvankelijk nog wat vrijblijvende impressies van een vrijbuitersmilieu maken plaats voor een ontnuchterend scherpe schets van twijfels, onvermogen om met verwarrende gevoelens om te gaan, en door schade en schande verworven inzicht."

Joost Broeren-Huitenga in 'Het Parool' van woensdag 3 oktober 2018: "(...) Hoewel er hier en daar wat borrelnoten onder een voorhuid worden gepropt, maakt hij geen karikatuur van het brallerige studentenleven. Zijn intieme schets toont ook de aantrekkingskracht ervan: het dispuut is een veilig pantser, waar verantwoordelijkheid buiten de deur blijft. Het echte onderwerp in de film is de relatie tussen vader en zoon, of grootser gezegd misschien zelfs mannelijk falen. Alle drie de jongens zijn, fysiek of emotioneel, in de steek gelaten door hun vaders. Zelf doen ze het niet veel beter. Tekenend is dat de vrouwen in de film, hoewel ze veelal op de achtergrond blijven, sterker in hun schoenen staan dan deze jongens met hun stoere maskers. Het betrouwbare vriendinnetje dat de jongens achter de hand houden; de 'hijgende hertjes' waar ze op het dispuut achteraan jagen; de moeders wier goede raad ze terzijde schuiven: allemaal winnen ze het op moreel vlak. Dat is de harde les die Philip moet leren: hij is bepaald niet zo'n goeierd als hij zelf denkt."

Marco Weijers in 'de Telegraaf' van donderdag 4 oktober 2018: "(...) Michiel van Erp (...) wekt (...) de wereld die Philip Huf beschreef (...) op een heel realistische manier tot leven, met warmte en humor. Samen met zijn acteurs blijft hij daarbij steeds nieuwe nuances aanbrengen, waardoor zijn krachtige debuut de meeste clichés weet te ondergraven."

Ab Zagt in 'AD' van donderdag 4 oktober 2018: "(...) Van Erp koos net als in Ramses voor een sterke en verrassende rolbezetting vol niet al te bekende gezichten. Vooral Minne Koole springt eruit als student Philip. Door zijn ogen maakt de kijker mee hoe de personages uit de film worden afgepeld, totdat zij met de harde realiteit van de naderende volwassenheid worden geconfronteerd. Niet iedereen overleeft dat traject."

Filmuziek

Perquisite

Camera

Jasper Wolf

Montage

Axel Skovdal Roelofs

ProdDesign

Vincent de Pater

Kostuums

Alette Kraan

Distributeur

September Film Distribution

Bioszalen

43 bij première

Kleur

Kleur
Afbeeldingen
Trailer