Publieke werken (2015)

Regie

Joram Lürsen

Scenario

Frank Ketelaar

Release

10 december 2015

Producent

József Berger, Judith Csernai, Joost de Wolf, Hans Everaert, Arnold Heslenfeld, Dirk Impens, Han van der Werff, Frans van Gestel

Links

FT recensie | IMDB

Duur

115 minuten
Filminformatie

Verhaal

1888. Een vioolbouwer, Vedder, moet het veld ruimen als zijn huisje, gelegen tegenover het net opgeleverde Centraal Station van Amsterdam, moet wijken voor het geplande Victoria Hotel. Zijn neef Anijs, apotheker te Hoogeveen heeft zich door ongeoorloofd medisch handelen in de nesten gewerkt en zoekt een uitweg, voor zichzelf, maar ook voor een groep arme turfstekers die hij een toekomst in Amerika belooft. Bevlogen – of is het hoogmoed? – beramen de twee een plan om het onderste uit de kan te halen. Met tragische gevolgen.

Cast

Gijs van Scholten Aschat (Walter Vedder), Jacob Derwig (Christiaan Anijs), Rifka Lodeizen (Martha Anijs, vrouw van Anijs), Zeb Troostwijk (Kleine Pet), Juda Goslinga (vader Bennemin), Elisabeth Hesemans (moeder Bennemin), Joosje Duk (Johanna Bennemin), Sander van Amsterdam (Lubber), Houk van Warmerdam (Sieger), Thomas Cammaert (Ebert), John Leddy (meneer Carstens), Vilma Szézi (mevrouw Carstens), Tobias Kersloot (Theo Vedder), Peter Blankenstein (dir. publieke werken J.A. Schuurman), René van Zinnincq Bergmann (Dr. Amshoff), Hubert Fermin (burgemeester Hoogeveen), Walter Bart (neef Al), Menno van Beekum (notaris Biederlack), Martijn Nieuwerf (burgemeester Amsterdam), Hanne Arendzen (receptionist kantoor Henkenhaf), Ronald de Bruin (maître Victoria hotel), Lykele Muust (pharmaceut Halink)

Ontstaan

Het plan voor de film ontstond in 2000 met Willem van de Sande Bakhuyzen en Frank Ketelaar. Willem overleed in 2005.

Het boek werd in 2007 door NRC Handelsblad opgenomen in de top tien van beste Nederlandstalige romans aller tijden.

Om fiscale redenen werd Amsterdam 19e eeuw nagebouwd in Boedapest, Hongarije. Daar werd de Texelsche Kaai nagebouwd; de huidige Prins Hendrikkade. Ook de Drentse veenkoloniën verrezen er. Opnamen in Hongarije van september tot november 2014. Er was een Hongaarse opnameleider, die verstond Engels, wat de voertaal was op de set. Complete huizenblokken, zonlicht, stofpluisjes, regen en klodders duivenpoep werden allemaal met de computer gecreërd. De blubberige poldervlakte voor het Concertgebouw is een weiland bij Weesp. Een klus voor Planet X FX.

In het boek zijn beide hoofdpersonages in de zestig; twee mannen met soortgelijke karaktertrekken. Voor film werkt het beter om de twee karakters (en de leeftijden) wat meer uit elkaar te trekken, zo maak je duidelijker dat het twee verschillende verhalen zijn en wordt het drama wat diverser. Dat werkt mooier ten opzichte van elkaar in mijn optiek. Daarnaast heeft in het boek een van de twee personages samen met zijn vrouw een kinderwens die nooit is ingelost. Als je zestig bent, en je vrouw is dat ook, dan is dat – zeker in die tijd – een gemis waar je mee moet zien te leven. Maar op het moment dat je man en vrouw beiden jonger maakt, dan is er een kans om de wens tot kinderen nog in te lossen. Dat is voor de film aangepast, en daarmee verandert die verhaallijn dramatisch. In het scenario hebben we de leeftijd van Vedder in de 50 gemaakt, en de leeftijd van Anijs en Martha rond de 40. Met die leeftijden in gedachten zijn we ook naar de casting gaan kijken en hadden we een andere range aan acteurs die we konden overwegen.

Kijkwijzer: 16 jaar (geweld, grof taalgebruik).

De geplande première stond eerst op 24 september 2015.

Pers

Jos van der Burg in 'de Filmkrant' van december 2015: "(...) Publieke werken gaat over twee mannen die uit een mengeling van sociaal gevoel en het verlangen om mee te spelen met de elite de realiteit uit het oog verliezen. Geobsedeerd door sociale status en prestige stappen ze blind in valkuilen. Wie Rosenbooms roman heeft gelezen, weet dat de schrijver geen genade voor ze heeft. Dat scenarist Frank Ketelaar en regisseur Joram Lürsen minder hardvochtig zijn, is nobel, maar jammer. Want ze bezorgen een van de neven daardoor een ongeloofwaardig einde. Maar er valt ook veel goeds over Publieke werken te zeggen. Het negentiende-eeuwse Amsterdam en het Drentse platteland komen prachtig tot leven, al ogen sommige van de in plaggenhutten levende armoedzaaiers, zoals een schattig jongetje met blonde krullen, nogal weldoorvoed. Dat de personages in modern Nederlands praten en niet in Rosenbooms archaïsche taal is begrijpelijk want daardoor stapt de kijker makkelijker het drama in. Doordat de makers de overvolle roman moesten uitbenen krijgt het sociologische aspect minder aandacht. Dat de twee neven voor alle dromers staan die kansen dachten te grijpen tijdens de economische boom aan het einde van de negentiende eeuw, mag de kijker zelf concluderen. Het is niet moeilijk om eigentijdse versies van Vedder en Anijs te vinden: mannen die tien jaar geleden net voor de financiële crisis met geleend geld gingen beleggen in de rotsvaste overtuiging dat ze rijk zouden worden. Mannen die nu een loden schuldenlast met zich meedragen. Publieke werken is een eeuwig actuele film."

Jan Pieter Ekker in 'Het Parool' van woensdag 9 december 2015: "Het is een schitterend gegeven: de monumentale voorgevel van het Victoria Hotel is eind negentiende eeuw om twee zeventiende-eeuwse gevels heen gebouwd. Ook toen de bouw van het grand hotel al lang en breed was begonnen, bleven de eertijdse eigenaren - kleermaker Pieter August Carstens en slijter Johannes Frederik Verburgt - weigeren hun pandjes te verkopen. Althans: ze volhardden ijzerenheinig in hun veel hogere vraagprijs dan de hotelexploitant bereid was te betalen. Deze intrigerende geschiedenis vormt de inspiratiebron voor Thomas Roosenbooms Publieke Werken (1999). De historische roman won in 2000 de Libris Literatuur Prijs en werd een bestseller; er waren dus ook al snel plannen om het te verfilmen. Die plannen leken aanvankelijk te stranden, mede door de dood van de beoogde regisseur Willem van de Sande Bakhuyzen, maar vijftien jaar later is de film alsnog gerealiseerd door Joram Lürsen (In oranje, Alles is liefde, Vuurzee). Zijn film, naar een scenario van Frank Ketelaar, die in 2000 al een eerste versie schreef, begint met een proloog waarin twee boerenkinkels zich op het Drentse platteland vergrijpen aan de dochter van een straatarme joodse turfsteker. Terwijl zij bruut wordt verkracht, wordt hij gedwongen een riedeltje op zijn viool te spelen - het instrument, zo is direct duidelijk, zal nog een belangrijke rol gaan spelen. Dan verplaatst de handeling naar Amsterdam. Het is 1888, de tijd van de vooruitgang. Het Centraal Station is bijna afgebouwd, een slimme projectontwikkelaar presenteert zijn plannen voor een hotel pal voor de uitgang van het nieuwe verkeersknooppunt. Hij heeft buiten Walter Vedder gerekend, een halsstarrige weduwnaar die met zijn ambitieuze zoon op het Damrak woont. Vedder, een kastenmaker die zich vioolbouwer noemt, ruikt geld. Nog voor hij een cent heeft ontvangen, stort hij zich in een ongewis avontuur met zijn neef Christiaan Anijs, apotheker te Hoogeveen. In het vervolg van de film wordt constant heen en weer gesneden tussen Amsterdam en Hoogeveen. Beide heren doen beloften die ze niet kunnen waarmaken, en allebei werken ze zich vervolgens steeds verder in de nesten. Rampspoed volgt op ellende; elke verhaallijn lijkt te zijn toegesneden op een onafwendbaar drama. En dan, helemaal tot slot, als er eigenlijk geen uitweg meer mogelijk is, arriveert er een brief uit Amerika, waarin kond wordt gedaan van een happy end. Een einde dat trouw is aan het boek, maar aanvoelt als een anticlimax. Publieke Werken is een wat looiige film; een al te gewichtig sociaal drama waarin niet alleen veel wordt verteld (ook de titel wordt keurig uitgelegd) én getoond, maar de muziek van Merlijn Snitker alles ook nog eens onderstreept. Zelfs de elementen zijn dienstbaar; het dondert en bliksemt als er weer eens iets ergs gebeurt. Meer dan de helft van de opnamen vonden plaats in het lagelonenland Hongarije, waar op een enorme set een stuk van Amsterdam werd nagebouwd (een deel van het Victoria Hotel en het Stationsplein werden digitaal gereconstrueerd). Hoe fraai het camerawerk soms ook oogt, het duister van de nacht en het bouwgruis kunnen niet verhullen dat het budget van 5,9 miljoen euro eigenlijk te laag was voor het historische epos. Veel bijrollen zijn op het karikaturale af, de turfstekers lijken weggelopen uit De aardappeleters. Dat de film toch het aanzien waard is, komt door de formidabele hoofdrolspelers. Gijs Scholten van Aschat is geweldig als Vedder, een kleine krabbelaar die te laat bemerkt dat hij te hoog heeft gegrepen; Rifka Lodeizen is op dreef als Martha, de op status gefocuste vrouw van Christiaan Anijs. Maar het best van al is Jacob Derwig als Anijs, een man die zich zegt te bekommeren om de arme turfstekers, maar met elke gunst die hij hun verleent vooral zijn eigen ego streelt. Derwig heeft aan een enkele blik en een klein gebaar genoeg; de Grand-Guignolachtige besnijdenis-scène in het open veld had Lürsen hem moeten besparen."

Peter de Bruijn op NRC.nl op 9 december 2015: "Publieke Werken speelt zich af in een tijd waarin de vooruitgang nog bestond: de late negentiende eeuw, een tijdvak in de vaderlandse geschiedenis dat ook wel de ‘tweede Gouden Eeuw’ wordt genoemd, vol optimisme, vernieuwingdrift en bouwlust. Amsterdam is één grote bouwput in de verfilming van de roman van Thomas Rosenboom door regisseur Joram Lürsen: dit is de tijd waarin het ene na het andere markante gebouw verrijst: van het Concertgebouw – dan nog gelegen in zompig weiland – tot Rijksmuseum en Beurs van Berlage. (...) De charme van het verhaal is dat de twee strebers eigenlijk tot de verliezers behoren van de voortrazende modernisering – zo hebben ze zich opgewerkt zonder diploma’s en in de ‘nieuwe tijd’ zijn diploma’s plotseling een vereiste. Zowel de roman als de film plaatst steeds ironische, bitterzoete kanttekeningen bij al hun dadendrang. De film opent met een nogal brute verkrachtingsscène bij de armzalige turfstekers en heeft daarna enige tijd nodig om weer in balans te komen. Pas na een minuut of tien vindt de film zijn ritme en een toon die mooi het midden houdt tussen historisch epos en een meer dromerige, zelfs een tikje surrealistische sfeer; de schitterend gecomponeerde beelden van cameraman Mark van Aller – eerder dit jaar al onderscheiden met een Gouden Kalf voor zijn werk voor Gluckauf – zijn daarbij minstens zo belangrijk als digitale trucage en decors. Het verschil tussen digitale constructies en daadwerkelijk gebouwde sets is niet altijd helemaal onzichtbaar, maar onoverkomelijk is dat niet – ook omdat Publieke Werken toch al die bij vlagen dromerige sfeer heeft. Het inventieve, bloemrijke taalgebruik van Rosenboom is grotendeels, maar gelukkig niet helemaal, verdwenen – turfsteker Bennemin (prachtige rol van Juda Goslinga) drukt zich fraai en formeel uit als hij in contact treedt met de hogere standen. Hij is bijna het enige personage dat niet lijdt aan wat Rosenboom ‘standsverwarring’ noemt. Het kloppend hart van de film zijn de Hoogeveense episoden, waarbij Jacob Derwig opnieuw zijn talent toont om ook kwetsbare kanten van personages over het voetlicht te brengen. De scènes in Amsterdam vallen doffer uit. Gijs Scholten van Aschat speelt Vedder van meet af aan als een in zichzelf gesloten man, zonder werkelijk contact met de buitenwereld. Vedders verhouding tot zowel zijn Amerikaanse neef als zijn zoon blijft schematisch. Een film over de overmoed van twee wereldverbeteraars had ook zelf nog een extra vonk krankzinnigheid kunnen gebruiken. Publieke Werken is bij alle kwaliteit en vakmanschap een tikje te bedaagd om de wanen van deze twee don quichots écht voelbaar te maken."

Marco Weijers in 'de Telegraaf' van donderdag 10 december 2015: "Eind 19 eeuw schieten in Amsterdam de monumentale gebouwen als paddenstoelen uit de grond. Aan het IJ verrijst trots het nieuwe Centraal Station, pal daartegenover willen rijke investeerders het luxe Victoria Hotel neerzetten. Zij vinden in Publieke werken een onwillige huiseigenaar op hun weg. Met passende kostuums, ouderwets timmerwerk en digitale decorstukken is in Publieke werken een historisch stukje Amsterdam tot leven gewekt. Gijs Scholten van Aschat speelt in de verfilming van Thomas Roosenbooms veelgeprezen roman de vioolbouwer Walter Vedder, kastenmaker van origine. Als duidelijk wordt dat zijn huis moet wijken voor de vooruitgang, ziet hij dat als een buitenkans. Hij vraagt een veel hogere prijs voor zijn pand dan de buren en weigert stijfkoppig over een lager bod te onderhandelen. Intussen rekent Vedder zich alvast rijk en ontwikkelt met zijn neef Christiaan Anijs (Jacob Derwig), apotheker in de veenkoloniën, het plan om met zijn nog te ontvangen fortuin de emigratie van arme Joodse turfstekers naar Amerika te financieren. De vioolbouwer hoopt daaraan te verdienen, zijn neef lijkt meer te worden gedreven door sociale motieven. Ook als hij daarmee de toekomst van zichzelf en zijn vrouw (Rifka Lodeizen) op het spel zet. Onbetwistbaar spreekt bij beide heren het ego een hartig woordje mee: ze willen mannen zijn die meetellen, tegen wie wordt opgezien. Die ijdelheid vertroebelt hun oordeel, met tragische gevolgen. Scenarist Frank Ketelaar en regisseur Joram Lürsen slagen er niet in alle motieven van hun personages zo helder te krijgen. De fascinatie van Anijs voor het Jodendom blijft bijvoorbeeld nogal onbegrijpelijk. Daarnaast zullen de ingrepen die de plot lichter verteerbaar moeten maken vooral bij de liefhebbers van het boek niet altijd even goed vallen. Toch blijft Roosenbooms prachtige verhaal ook op het filmdoek overeind, mede dankzij acteurs die aan hun personages een boeiende gelaagdheid weten mee te geven."

Filmuziek

Merlijn Snitker

Titelnummer

Janine Jansen

Camera

Mark van Aller

Montage

Peter Alderliesten

ProdDesign

Hubert Pouille

Kostuums

Leo Zandvliet

Grime

Linda Bogers

Bioszalen

64 bij première

Kleur

Kleur
Afbeeldingen
Trailer